Chielos
-
22 October 2009 om 10:45 |
Hij heeft zijn eigen verdaan in de waterput.
In dit eerste deel (van zes) beschrijft de ik-figuur, die dezelfde naam draagt als de auteur, zijn familie van moederszijde vanaf de zelfmoord van de broer van zijn overgrootvader in 1912 tot aan de dood van zijn moeder en grootmoeder in 1989. In 20 korte hoofdstukken, met een proloog en een epiloog, krijgen we een beeld van een Vlaamse familie in een kleine plattelandsgemeente, waarin twee wereldoorlogen een rol gespeeld hebben. Het is een mengeling van feitelijkheid en fictie, een geromantiseerde familiekroniek. Als steentjes van een mozaiek wordt alles kunstig gerangschikt, waarin met name de varierende herhaling het verteltechnisch procede is. De kleinere motieven (de gedeukte tuba, de twee leerlingen, de oorbel en een brief) geven het verhaal een onverwachte eenheid. (Biblion recensie, Redactie)
Reageer
« « ‘Hoelang heb je in de isoleercel gezeten?’
--------------------------------------
Alice Della Rocca haatte de skilessen. » »


(3 x gestemd, gem. 3.67)
