Boekenwurm
-
5 January 2009 om 09:31 |
Als mensen niet bijeen zijn om ergens over te beraadslagen, maar meer voor de gezelligheid, dan vallen de dingen die zij zeggen in twee soorten uiteen: uitspraken van wat je zou kunnen noemen bijzondere aard, zoals wat een rotweer of wat een beeldige jurk heb je aan of komt u vaak in Frankrijk of je lust vast nog wel een balletje gehakt of we hebben elkaar meen ik al eens eerder ontmoet of ik vind Greet de laatste tijd erg veranderd, en anderzijds uitspraken van algemene aard zoals “alles moet tegenwoordig gauw gauw” of “Gronings is een dialect, maar Fries is een taal of “hoe groter geest hoe groter beest”.
De schrijver boort in zijn superieure stijl veertig clichés de grond in: dat je niet twee keer hetzelfde woord mag gebruiken, dat slechte kunst geen kunst is, dat zwemmen bij eb gevaarlijker is dan bij vloed en dat je niet de symptomen moet bestrijden, maar de oorzaken.
Bijvoorbeeld: je mag in een tekst niet kort na elkaar hetzelfde woord gebruiken; massaproductie leidt tot grauwe eenvormigheid; de armen worden steeds armer en de rijken steeds rijker. De gekozen voorbeelden zijn van sterk uiteenlopende aard – o.a. theologisch, politiek, psychologisch – en vormen soms ook wel eens wat al te gemakkelijke prooien. Ook lijkt de betoonde nuchterheid af en toe een bijna koket soort ongenuanceerdheid. Niettemin, stimulerende lectuur.
Reageer
« « ‘Vertel mij eens,’ zei Jenny, ‘want jij met jouw opleiding moet het weten: wat is het leven?’
--------------------------------------
Toen Fahrenkrog zijn nieuwe huis kocht, was het al een jaar of wat geleden dat vacuumverpakte koffie hem op een schitterend idee had gebracht. » »




(4.80 out of 5)