Ruud62
-
26 December 2008 om 10:01 |
Behalve de man die de Sarphatistraat de mooiste straat van Europa vond, heb ik nooit een wonderlijker kerel gekend dan de uitvreter.
‘Nee,’ zei Japi, ‘ik ben niks en ik doe niks. Eigenlijk doe ik nog veel te veel. Ik ben bezig te versterven. Het beste is, dat ik maar stil zit, bewegen en denken is goed voor de domme menschen. Ik denk ook niet. ‘t Is jammer dat ik eten en slapen moet. Liefst zou ik dag en nacht blijven doorzitten.’Het verhaal is bijna 100 jaar oud, maar het had gisteren geschreven kunnen zijn. Hoofdpersoon is Japi, de uitvreter. Hij teert op de zakken van zijn ouders en van een clubje vrienden – Bavink, de kunstschilder, Hoyer, Koekebakker – met hooggestemde idealen, maar als die een voor een een positie in de burgermaatschappij krijgen, zit er voor hem niks anders op dan het kantoorbaantje te accepteren dat zijn vader voor hem geregeld heeft. De afloop is bekend: ‘Op een zomermorgen om half vijf, toen de zon prachtig opkwam, is hij van de Waalbrug gestapt.’ Dit proza, dat gekenmerkt wordt door een wonderlijke menging van afstandelijkheid en sentimentaliteit, is van een tijdloze kwaliteit.
Reageer
« « Ik herinner mij niet precies meer hoe en wanneer de vreemdeling in huis gekomen is, maar hij loopt hier nu voortdurend rond.
--------------------------------------
- Harststikke naakt, alleen zo’n klein dingetje hier. » »


(3 x gestemd, gem. 3.67)
